Van passend naar inclusief onderwijs

Op de scholen wordt hard gewerkt om alle kinderen een passende plek in het onderwijs te geven. Bij voorkeur dicht bij huis op een gewone school. En als dat niet lukt, kan er worden uitgeweken naar een speciale school. Toen de regering in 2020 aankondigde dat het onderwijs in 2035 inclusief moet zijn, riep dat bij veel collega’s in het onderwijs grote vragen op. Hoe gaan we dat doen? En is dat wel goed voor kinderen? De afgelopen jaren hebben de beide samenwerkingsverbanden in Noord- en Midden- Drenthe gekozen voor de ‘voorzichtige’ aanpak; oriënteren, verkennen en onderzoeken. Wat verstaan we onder inclusief onderwijs en hoe kan het eruitzien? We zijn op zoek gegaan naar voorbeelden in binnen- en buitenland. In onze eigen regio hebben we praktijkverhalen – klein en groot- op onze eigen scholen zichtbaar gemaakt.
Twee werkgroepen (één uit basisonderwijs en één uit voortgezet onderwijs) namen het voortouw. En wat gebeurde er? Bij de mensen die zich verdiepten in het onderwerp ontstond meestal langzamerhand een kantelende overtuiging. Het is belangrijk dat ieder kind het gevoel kan hebben om erbij te horen. En het is belangrijk dat kinderen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en samen opgroeien, zodat ze later ook beter samen kunnen leven. Er ontstond vertrouwen dat als we anders kijken en anders organiseren, er veel meer mogelijk is dan dat we nu doen en denken.
Inclusie is er in verschillende vormen
Het beeld van inclusie is niet per se dat alle kinderen de hele dag samen in een klas zitten. Wél zien we voor ons dat kinderen elkaar vaker ontmoeten op het schoolplein en tijdens bepaalde leeractiviteiten. Dat alle kinderen zich welkom en gezien voelen. En dat er vaker dwars door de verschillende leerwegen en niveaus gezamenlijk leren mogelijk is.
Als je met deze uitgangspunten verder aan de slag gaat, komen er andere vragen naar boven. Zoals bijvoorbeeld in het primair onderwijs; hoe kan het dat sommige kinderen met het Syndroom van Down wel naar een reguliere basisschool gaan en andere kinderen met een verstandelijke beperking niet? En wat betekent dat voor hun ontwikkeling; leren ze hetzelfde? Of een vraag die op het voortgezet onderwijs speelt. ‘We kunnen best een ander leertraject voor een leerling vormgeven, maar hoe doen we dat dan met de diplomering?’ Vragen die zich goed lenen voor actiegericht onderzoek!
Ondersteuningsplan; een nieuw koers
Voor de komende jaren is de route naar inclusief onderwijs een belangrijk onderwerp voor de scholen van de beide samenwerkingsverbanden. In de nieuwe Ondersteuningsplannen 2026-2030 geven we dit prioriteit. We vinden het belangrijk dat leraren, ouders en leerlingen actief deelgenoot zijn in het bouwen aan inclusieve leeromgevingen. Het bouwen doen we door werk te maken van zogenaamde ‘plus1-initiatieven’. Niet alles in een keer omgooien, maar gewoon starten met kansrijke dingen. Iets wat je als schoolteam voor één leerling doet, kun je vaker doen voor meer leerlingen.
Medezeggenschap
Om goed voorbereid te zijn op de instemmingsbevoegdheid op het Ondersteuningsplan, organiseerden de Ondersteuningsplanraden in september van dit jaar allebei een inspiratieavond voor leraren en ouders over het thema inclusief onderwijs. Dat leverde interessante gesprekken op, waarbij flinke dilemma’s naar voren kwamen. De OPR voortgezet onderwijs heeft de uitkomsten verwerkt in een uitgebreid advies aan het bestuur. De belangrijkste kernpunten uit dit advies: maak werk van een stevige pedagogische basis, werk samen tussen scholen, creëer nieuwe vormen, benut expertise op een andere manier, investeer in scholing en kennisdeling, betrek leraren en ouders goed en draag een doorleefde gezamenlijke visie uit.
Het advies sluit aan op de uitkomsten van de studiedagen van begin oktober met schoolleiders VO, schoolbestuurders PO en verschillende ondersteuningsprofessionals. Op basis van alle inbreng zijn concept-Ondersteuningsplannen opgesteld (één voor basisonderwijs en één voor voortgezet onderwijs). Begin januari worden deze concept-plannen doorgezet voor de formele inspraakrondes.
Op weg naar inclusief onderwijs
Plannen en inspraakrondes, het hoort erbij. Belangrijker is de beweging. We gaan op weg naar inclusief onderwijs! Met energie en volharding.